'Kom, doorgaan, het is maar een stomme berg!'

We zijn na een half jaar geestelijke en lichamelijke voorbereiding eindelijk eind mei 2006 aangeland in Sault om samen een aantal keren de Mt Ventoux te bedwingen.

Voor Job wordt het zijn vuurdoop. Hij is pas vorig jaar zomer met fietsen begonnen en gaat deze week voor het eerst een berg (en wat voor een!) bedwingen. Hij is een rasoptimist. En hij is een doorzetter.

Bas is door zijn vader al jaren bekend met de Mt Ventoux. Vorig jaar is hij definitief besmet met het virus en heeft toen de berg voor het eerst (vanuit Bedoin) en binnen 2 uur opgefietst. Hij is in de kracht van zijn leven, inmiddels weer een jaartje ouder en verstandiger en hoopt deze week een van de jongste Nederlandse Cinglé’s te worden door op één dag van drie kanten naar boven te fietsen.

Stef is met geen stok op een racefiets te jagen, laat staan dat hij bereid zou zijn ons op de fiets naar boven te vergezellen. Maar hij houdt van autorijden, wil wel eens meemaken wat ons bezielt om 1500 meter omhoog te fietsen en wil ons graag helpen met het halen van onze doelen. Kortom: hij is een zeer welkome begeleider.

Tom is de veteraan van het gezelschap. 30 jaar geleden op een vakantie in Malaucène besloot hij dat hij ooit de Mt Ventoux op zou fietsen, 20 jaar geleden gebeurde dat voor het eerst. Hij is inmiddels de tel kwijt geraakt van het aantal Malaucène/Sault beklimmingen (ongeveer 10), maar deed het vorig jaar samen met zijn zoon voor het eerst(!) vanuit Bedoin.

Van onze eerste beklimming vanuit Sault hebben we dit verslag gemaakt.

Twee dagen later is Bas Cinglé geworden. Job en Tom hebben hem daarbij op de fiets vanuit Malaucène begeleid. Verder in de week deden Job en Tom nog een keer de klim vanuit Sault.     

Job: Vandaag gaat het gebeuren, mijn eerste beklimming van de Mt. Ventoux! Alles in orde? Fiets, drinken, eten? Helm, bril? Prima, nog even wat extra lucht in de banden en ik ben er klaar voor. Tom en Bas zijn ook bijna klaar. Tom lijkt wat zenuwachtig, zou hij wat vergeten zijn? ;-) We gooien de auto van Stef vol met spullen voor onderweg; water, fototoestel, een paar Marsen en nog veel meer.
Wat mij betreft kunnen we van start! Tom wil via de achteruitgang vertrekken, maar die kunnen we weer niet vinden dus gaan we gewoon weer via de hoofduitgang. Bas is zijn water vergeten en tapt die nog even uit de wonderbron vlak bij de camping en dan rijden we eindelijk naar de start in Sault.
…..Allemaal de fietscomputers op 0, een marker in de Palm en de stopwatch aan. Daar gaan we….. 26km tot de top.

Bas: De eerste kilometer is lekker omlaag. Ik lig rustig op kop maar bij de eerste haarspeld komen mijn ietwat zwaardere vrienden langszij. We komen over het bruggetje met een mooie 30km/u. Uit ervaring weet ik dat het hier gaat beginnen. Nog even checken op de Palm. De batterij status bevalt me niet helemaal, maar veel kan ik er niet meer aan doen. Ik fiets langs de heren vóór mij en Tom volgt me. Ik wens Job en Tom succes en stuif er vandoor… nog 25km te gaan.

Tom: Wat zal ik doen? Bas een stukje proberen te volgen, of lekker rustig Job begeleiden naar zijn eerste Mt. Ventoux overwinning? Ik had hier op de camping over nagedacht, maar niet echt een beslissing genomen. Hier moet ik beslissen, maar mijn lichaam heeft al gekozen: ik blijf even in Bas zijn wiel en we wensen Job samen succes. Ik kan Bas natuurlijk niet echt volgen en ik ben verstandig genoeg om hem te laten gaan. Ik kijk achterom, maar de afstand tot Job is al te groot: ik ben alleen. Ik zit eigenlijk wel lekker in cadans en ik heb het goede gevoel dat ik harder ga dan vorig jaar. Na een kwartiertje komt Stef langszij: Bas heeft al twee minuten voorsprong. Job is helemaal uit zicht.

Stef: Ben Tom voorbij. Op naar Bas. Net op 908m de tussentijden opgenomen en ik wil dat rond 1100m nog een keer doen. Daar is Bas, die fietst nog zo fris als een hoentje de berg op (ben benieuwd hoe hij straks de Cinglé overleeft). Ik geef Bas even de tussentijden en ik ga op zoek naar een mooie plek rond de 1100m.

Job: Tom en Bas gaan er vandoor en wensen me succes. Ik kijk op mijn hartslagmeter...170...Wat!? Shit, tempo meteen omlaag! Ik ben nog niet eens de eerste heuvel over en mijn hartslag gaat al veel te hard! Hoe kan dat nou? Ben ik niet fit of zo? Gisteren tijdens de proefklim samen met Tom ging het prima... wacht even... toen hebben we ook nog een stukje gefietst vóór de klim. Dat zal het zijn, ik ben gewoon nog niet warm! Leuk hoor… en nu? Hartslag omlaag proberen te krijgen, tempo dus laag houden. Poeh... hoe kom ik zo boven?! Tom en Bas zijn al lang uit het zicht. OK, even wat drinken en gewoon fietsen. Hoe noemde Arjan Zoer dit ook alweer… stoempen…. hahaha.

Bas: Nadat Tom uit mijn wiel is hou ik rustig mijn tempo aan. Stef scheurt al gauw voorbij. Al snel zie ik hem, met fototoestel in de aanslag staan. Hij maakt door zijn knieën een foto, wenst me succes en ik rijd door. Na een lange 170 graden bocht wordt het weer vlakker. Mijn beentempo vliegt omhoog en al gauw zit ik op de 22km/u. Zie ik dat nou goed? Ja hoor, daar fietsen al de eerste klimmers voor me. Ha, denk ik, die hebben dus ook het Ventoux virus opgelopen! Ik zie dat ze niet zo hard rijden dus die zal ik nog wel inhalen. Ondertussen ben ik onopzettelijk harder gaan rijden. Hoo, dat is helemaal niet de bedoeling, even wat gas terug nemen. De fietsers liggen nog zo’n 100 meter voor me. De weg gaat hier wat sterker omhoog. Als ik het dal in kijk zie ik Stef alweer omhoog komen sjezen.

Tom: Hoe zou het met Job gaan? Gisteren in een proefklimmetje kwam hij mooi gelijkmatig naar boven. Zou hij zijn geduld weten te bewaren? Of blaast hij zichzelf op door de opwinding en adrenaline? Plotseling komt er een auto voorbij, Nederlands, zilvergrijs, Ford Focus, 14-LT-??. Wààt!!! Is dat Job? Waarom groet hij niet? Wat is er gebeurd? Is hij omgekeerd en scheurt hij nu gefrustreerd naar boven? Wat jammer. Ik fiets vertwijfeld door en gedachten spoken door mijn hoofd. “Zonde!” Maar ook: “het is niet voor iedereen weggelegd”. Pas minuten later weer een heldere gedachte: “Job rijdt een Golf en geen Ford Focus”. Opluchting! Even later komt Stef voorbij. “Zit Job nog in de race?” Ja, het gaat goed maar hij ligt al 15 minuten achter. Ik fiets gerustgesteld door. Het wordt hier de laatste km’s voor chalet Reynard al wat vlakker en ik zit regelmatig boven de 15km/u.

Stef: 1130m. Daar kan ik de auto mooi kwijt. Shit, daar is Bas al. Snel een foto en de tijd noteren. 32.06 We zijn al een half uur onderweg. 5 minuten later komt Tom aan gepeddeld. Weer een foto en een tussentijd doorgeven. Tom: 37:00, 5 minuten achter Bas.
Waar blijft Job? Een angstig gevoel bekruipt mij. Zijn hartslag was hoog, maar hij was nog fit.
52:30 Daar is Job. Nu heb ik tijd genoeg gehad voor een mooi actieshot. Job een volle bidon in de hand gedrukt en weer in de auto achter Job aan. Even zijn bidon van de weg gepakt. En weer naast Job. Hij levert zijn helm in en ploegt verder. Hij heeft het zwaar maar gaat stug door.
Op naar Tom voor een update van de tussentijden. Tom gooit zijn bidon naar binnen en wil die bij de volgende stop terug. Op naar Bas.

Job: Poeh, wat heb ik het warm! Heb ik dan toch de verkeerde keuze gemaakt door mijn lange fietsbroek aan te doen? ….wacht even, ik kan de ritsen bij mijn kuiten openen en de broek opstropen. Kijk dat scheelt, nu nog mijn helm kwijt zien te raken. Die geef ik wel aan Stef als ik hem de volgende keer zie. Helm af, is dat wel verstandig? Ik denk aan Barend en hoe nuttig zijn helm was toen hij tijdens de Amstel Gold race viel. Daar is Stef, ik krijg een volle bidon en geef mijn helm af. Terwijl ik hem aan Stef geef denk ik nog even aan Barend… nee dit gaat wel goed! Mijn hartslag is nog steeds hoog, maar ik fiets wel sneller. Zou ik eindelijk warm zijn of is het hier gewoon minder steil? Maakt niet uit, zorgen dat ik rond de 160 blijf, de ervaring heeft geleerd dat ik dat wel even vol kan houden.
Daar liggen wat mooie grote dennenappels. Op de terugweg stop ik wel even om er een aantal mee te nemen voor Miranda.
Waar ben ik eigenlijk ergens, hoe ver is het nog?

Bas: Aa, een lekker vlak stukje. Ik heb ondertussen al zo’n 10 mensen ingehaald. Van Stef weet ik dat Tom een paar minuten achter me ligt en dat Job nog verder achter fietst. Na een haarspeld fiets ik ineens een stuk lekkerder. Dat komt vast doordat ik net een bidon wonderwater heb leeggedronken. Ik kan met 22 km/h omhoog op weg naar chalet Reynard. Van de vorige keer kan ik mij herinneren dat er hier ergens een bordje chalet Reynard 1,3 km…. Ho, een motorongeluk op de weg. Onthouden dat ik rustig afdaal anders kan ik dinsdag de Cinglé niet fietsen. En ik wil al helemaal niet als Barend worden. Waar blijft dat bordje nou? Verrek, dat is toch niet Chalet Reynard al! Ja hoor! Nou ja, ik zal dat bordje wel gemist hebben. Waar blijft Stef eigenlijk?
Goed, nu gaat het gebeuren. Ik zie al een paar mensen omhoog ploeteren. Ik schakel even wat lichter en ik begin de laatste 6 km.     

Tom: Ik ben weer helemaal gerustgesteld en peddel redelijk ontspannen de laatste km’s tot Chalet Reynard. Ik zit regelmatig boven de 20 km/h. Ik weet van de vorige keer dat het hier minder steil is. Inmiddels heb ik al een voorsprong van 4 minuten op vorig jaar. Data-gek als ik ben, heb ik alle tussentijden van vorig jaar op een papiertje in mijn achterzak staan.
Daar is hij dan! Chalet Reynard. De top schittert uitdagend en angstaanjagend erboven. Zoals altijd begin ik enigszins geïntimideerd aan de laatste 6 km en net zoals altijd vallen de eerste 2 km weer mee. Ik trap regelmatig boven de 10 km/h en het lijkt dat ik mijn lichtste verzet (34x28) niet nodig ga hebben.
Op het moment dat Stef langs komt dienen de eerste voortekenen van een inzinking zich aan. Ik klets wat met Stef; “nee, ik heb nog genoeg water”, maar voel de krachten bijna per trap afnemen. Als hij doorrijdt naar Bas blijf ik achter met 3,5 loodzware km’s voor de wielen.

Stef: Ik lijk wel gek. In racestijl tegen de berg op.
Waar is Bas. Hé, pionnen op de weg. Dus hier gingen de ambulance en Gendarmerie naar toe. Motorongeluk! Een subtiele hint dat rijden op een berg gevaarlijk kan zijn.
Als ik het Chalet zie, schiet de snelheid weer omhoog, want ik moet naar Bas toe. Ik vind hem in het maanlandschap weer terug. De paniek van: “waar is Bas” zakt weg, maar ik zit met een dilemma: Bas zit 4 km onder de top en de batterij van zijn palm is leeg. Job ploetert beneden door, Tom heeft nog maar 1 bidon en Bas heeft geen tijdswaarneming meer.
Ik geef Bas zijn tussentijd en blijf bij hem. 1 uur 11 min. 5 km onder de top. Even een plek voor de auto vinden en Bas aanmoedigen.

Job: Goh, het gaat inderdaad wel lekker. Nog een mooi uitzicht, wat een panorama!! Hoe zit het met mijn hartslag? Mooi, hij zakt weer, Weer een bochie om …. Huh?! Een huis ….. nee, wacht even, Chalet Reynard!! Nu al? Ok, maar dan begint dadelijk het echte werk! Snel zo’n glucose ding naar binnen werken dan heb ik onderweg genoeg energie. Ga ik nog een aantal rondjes rijden op de parkeerplaats voor Chalet Reynard? …. Nee, niet nodig en dan kunnen we de klim dadelijk niet vergelijken. Hup de 27 achter en beginnen. Mmmh... dat valt eigenlijk best wel mee zo… ik ga jou pakken Ventoux, ik ga jou overwinnen!!!

Bas: Ik fiets lang een schreeuwende Stef. 1h11m krijg ik te horen. Ooh, nog 24 min om boven te komen, sneller dan de vorige keer. Ik haal het wel, binnen de 20 minuten. Ik tel 4 bochten tot de top. Maar na 2 bochten vlak voor Tommy voel ik mijn linkerbeen verzuren. Shit, dat is niet de bedoeling. Zal ik nog lichter gaan? Dan heb ik niets meer over…. Ik schakel lichter. Ik kom langs Tommy en groet hem. Stef rijdt naast me. Kom op, doorbanjeren. Gestaag fiets ik door met pijn in mijn benen.Ik ben helemaal niet moe, maar mijn bénen! Nou, vooruit, nog een paar honderd metertjes. Stef staat alweer bij de laatste bocht. Kom op, je kan het, nog 5 minuten!, roept Stef en ik in mezelf. Daar gaat hij dan, 11% omhoog. Stef staat weer naast de weg: Kom op je bent er bijna! Het is toch maar een stomme berg!. "Het is geen stomme berg!", roep ik terug mijn beentempo verhogend en een oude man inhalend. Dan de laatste 20 meters. De hoek om en het laatste sprintje trekken. Na 10 meter zit ik weer, au mijn kostbare benen. Eenmaal boven stap ik af en komt mijn trouwe begeleider naast me staan. 1h34m. Stef moet weer naar de anderen. Ik ga rustig zitten, zo dat was nummer 3 van mijn leven. Nu is het wachten op de rest.

Stef: 1h11m en nog 5 km te gaan voor Bas. Als hij zo door gaat haalt hij dat makkelijk.
Auto in de berm en aanmoedigen.
Ehh... hij vertraagt. Dit gaat niet goed.
Trappen, blijf trappen (allerlei clichés om hem aan te moedigen schieten door mijn hoofd) Bas verbijt zich en versnelt). En haal adem, trappen en ademhalen!
Bas zwoegt voorbij. De vermoeidheid is duidelijk te zien.
Bij het passeren schreeuw ik nog een aanmoediging. Kom, doorgaan, het is maar een stomme berg! “Het ís geen stomme berg!” mooi zo, dit is hij in ieder geval nog wel. Snel in de auto naar de top.
Op de top snel de auto aan de kant. Wat moeten die toeristen hier toch en welke gek gaat hier snoep verkopen? Nou ja, naar Bas.
Daar is hij. Ik schreeuw nog eens wat om. Hij is er in 1u 34. Gehaald: weer 1min sneller dan vorig jaar. Even Bas bevoorraden en dan de berg weer af naar Tom en Job.

Stef: Alle slechte rijgewoontes die ik ooit in Amsterdam heb geleerd zijn weer in gebruik. Dus onfatsoenlijk uitgeparkeerd en naar beneden. Ik ben de ene Tom nog niet voorbij of daar is mijn Tom. Als ik hem voorbij rij roep ik dat Bas er is en wat zijn tijd is. Bij de eerste mogelijkheid de auto gekeerd en weer achter Tom aan. Die zal water nodig hebben. Maar hij heeft niets nodig, dus weer keren en naar Job.

Tom: Het gaat niet goed meer! Ik voel mijn hartslag en ademhaling dalen en de kracht uit mijn benen vloeien. Ik kijk naar mijn achterwiel en zie de ongebruikte 28. Ik roep hardop tegen mezelf: “Je hebt hem toch, gebruik hem dan!” Ik schakel naar 34x28 en hoop op verlichting. Mijn snelheid zakt van 7-8 naar 6-7 en mijn benen blijven even zeer doen. Ik worstel door. Ik haal een meisje op een mountainbike niet al te snel in. Hier, eindelijk de bocht vóór Tommy. Waar blijft hij nou?.... Helaas, nog een bocht verder. Bijna stapvoets nader ik het monument, ik groet Tommy en begin aan de laatste km. Zoals altijd, twijfel ik of ik echt op het laatste rechte stuk zit, of dat er nog een lus komt. Maar het weerstation komt nu echt heel dichtbij. Ik red het. Nog even schakelen naar de 24 en staande door de laatste haarspeld. Mijn benen protesteren bijna hardop maar ik ben al op de streep. Ik stap af en blijf trillend staan. 1h 49m20. Nog net één minuut sneller dan vorig jaar. Bas zit lekker bij een muurtje uit te rusten en ik voeg me tevreden bij hem. Zelfs de 10e keer blijft het een bijzonder moment.

Stef: Water!! Is het eerste wat Job roept. Keren op de berg is bijna routine geworden. Bij de fontein wacht ik Job op. Snel een foto en dan water. De vermoeidheid is bij Job minder te zien. Maar de snelheid is er wel uit. Maar Job heeft geen verleden. Boven is boven. “Maak je een foto als ik Tom passeer!! Ik zeg dat ik dat zal doen en spring weer in de auto en rij naar boven.
Eenmaal bij het monument van Tom Simpson bel ik Tom om even door te geven waar Job is. Er staat hier een behoorlijke koude wind. Even later belt Tom of ik toch even naar boven kom om wat kleren af te geven. “Want het duurt nog wel even voor dat Job er is”. Op de weg naar boven krijg ik nog even een voorbeeld van hoe diep sommige mensen moeten gaan om boven te komen en met welk “gemak” een +/- 60 jarige man het kan.

Job: Hoorde ik mijzelf daar nou net zeggen dat ik je ga pakken, Ventoux? Na 2 km in de klim gaat het toch ineens allemaal veel zwaarder! Mijn hartslag gaat weer snel omhoog, er zit niets anders op dan het tempo omlaag te doen. 7 km/h, 6km/h….. 5km/h … In stilte klom ik verder, alleen het gekraak van mijn schoenen is hoorbaar als ik kracht zet. Daar is Stef, Water!! Roep ik en hij brengt me gelukkig snel een volle bidon. Thanx. Ik vraag aan hem of hij een foto van me wil maken als ik voorbij Tommy fiets. “Doe ik” hoor ik nog en al stoempend vervolg ik mijn klim. Langzaam maar zeker komt de top dichterbij …. Heel langzaam, maar zeker.
Dan komt Tommy in zicht en als ik er voorbij ga groet ik hem, niet hardop want er stonden mij te veel mensen. Helaas staat Stef er niet voor een live foto. Ho! Let op je hartslag, hij zat alweer op 170, 169,… 168… 167 prima, zo kan ik verder. Opeens komt Stef er weer aan, ik zie hem verbaasd kijken. Als hij naast mij rijdt, roept hij dat ik al verder ben dan ze (Tom, Stef en Bas) hadden verwacht. Dat sterkt!!

Stef: Na Tom op de top te hebben voorzien van warme kleren ga ik met Bas terug op weg naar Job. Tot onze verbazing is Job de top al tot 500 m genaderd en moeten we als een gek in de bocht weer naar de top. Job zit er bijna door, maar trekt nog even een moedig eindsprintje en krijgt wat ruimte om te finishen.

Job: De laatste bocht komt eraan, het verkeer staat stil omdat een bus stil staat. Gelukkig laat een wachtende auto met respect een brede doorgang voor mijn open. Ik besluit nu een sprint te trekken door de bocht, mijn hartslag schiet omhoog 180, … 183, ach, wat maakt het uit. Stef en Bas juichen al en Tom staat een eindje verder te gebaren dat ik er nog niet ben. Ik rijd tussen de mensen door naar Tom. Dan is het nu volbracht, mijn eerste beklimming van de Mt Ventoux zit erop 2 uur 29 minuten. Is er ergens een WC?

Stef: Ze zijn er alle drie. Marianne had gelijk toen ze zei dat ook ik het zwaar zou krijgen ondanks dat ik het in een auto mag doen. Alle drie boven en ik ben beretrots op ze. Job is boven gekomen in 2u29m. Tom in 1u49m en Bas in 1u34m. Job heeft het gehaald en vader en zoon zijn weer 1 minuut sneller geweest.
Nog even een trotse foto bij het hoogtebord en dan warm aankleden, watervoorraden en eten bijvullen en naar beneden.
En eindelijk kan ik eens zien waar ik ben geweest.


Bas Zalmstra - Cinglé du Ventoux nr. 1591.
Tekst: Tom Zalmstra - Foto's: Stef Koning

 

e-max.it: your social media marketing partner