"Everyone's a Winner"

Inleiding

Wat bezielt een 50-jarige, redelijk getrainde amateur-fietser om op één dag 3 keer de Mont Ventoux te beklimmen? Wat achtergronden. Ik ben altijd sportief geweest. Zowel in teamverband (hockey, voetbal) als individuele sporten (tennis, hardlopen, racefietsen).

Was ik in vroegere jaren heel competitief gericht (winnen van de ander!), naar mate ik ouder werd, werd ik meer prestatiegericht, in de zin van dat ik wilde proberen het beste uit mezelf te halen zonder dat ik nou perse van de ander moest winnen. Nou ja; het zoet smaken van de overwinning blijft altijd aantrekkelijk. Vanwege het gezin en een drukke baan als kleine ondernemer heb ik de laatste jaren vooral veel aan hardlopen gedaan. Met weinig (beschikbare) trainingstijd toch lekker fysiek bezig zijn. Favoriete afstand: de halve marathon; beste tijd: 1.24. Een hardnekkige achillespeesblessure dwong me een jaar geleden om daarmee voorlopig te stoppen. Daarom heb ik het racefietsen weer consequenter opgepakt. Maar … ik moet altijd een uitdaging hebben. Fietsen om te trainen voor niets is niks voor me. Ik wil een doel voor ogen hebben; ergens naar toe werken. Omdat we met regelmaat naar de zuid Frankrijk op vakantie gaan ligt de beklimming van de Ventoux voor de hand. In eerdere jaren heb ik 7 losse beklimmingen gedaan: 3x Bedoin, 2x Malaucène en 2x Sault. Maar 3 keer naar boven op een dag …??

De voorbereiding

Hoe heb ik me in Nederland voorbereid op een dergelijke langdurige inspanning? Ik heb gekozen voor 3 soorten trainingen: duurtraining met daarbij een paar lange duurtrainingen (> 150 km, rond de 5 uur zonder onderbreking), krachttraining (veelvuldig het op tempo beklimmen van de paar beschikbare heuveltjes bij mij in de buurt) en tempo-duurtrainingen (een parcours van 13 km een aantal keren op hoge snelheid, hoog verzet rijden tot je benen ploffen en je tong de crank raakt). Bij slecht weer had ik de mogelijkheid om binnen te trainen op een spinner. Al met al rond de 3000 km aan training gehad voordat we afreisden naar het zuiden.

In Zuid Frankrijk aangekomen heb ik ook nog ruim 300 km gereden om te wennen aan het bergrijden, wennen aan de hardheid in de spieren door het klimmen. Wat is het toch een bijzonder mooi land om te fietsen; werkelijk waar schitterend! 

Naarmate dé dag dichterbij kwam werd ik toch wat onrustig van binnen. Dan zie ik van een afstand die enorme bult in het landschap liggen. Wat een kolos. Overschat ik mezelf niet, aan wie moet ik zo nodig wat bewijzen, onderschat ik de zwaarte van de toch niet, toch geen materiaalpech midden in het bos?

Ik had mezelf wel een paar voornemens gedaan:

  • Ik hoef de bolletjestrui niet. Met andere woorden: heel rustig naar boven gaan, fietsen op souplesse, geen onnodige krachtverspillingen. Letten op het gevoel, de signalen van het lichaam en op de hartslag. Die mag absoluut niet boven de 80% komen.
  • Ik hoef de prijs niet voor de maximumsnelheid. Ergens op deze site heb ik gelezen dat iemand met 104 km/u naar beneden is gevlogen. Da’s heel mooi voor hem. Ik sluit wel achter aan in het klassement met 75 km/u. Dat is overigens ook heel hard op een racefiets.
  • Drink, drink, drink en vergeet daarbij het zout niet. Ook als het koeler weer is verbruik je enorm veel vocht. En vochttekort – zouttekort gaat onherroepelijk ten koste van je prestatie. Ook als ik geen dorst heb, toch drinken.
  • Als ik het niet haal dan is dat geen persoonlijk falen. Falen doe je wanneer iets niet lukt wat in principe wel binnen je mogelijkheden ligt. Een niet halen slechts een bevestiging van mijn beperking.
  • Ik wil genieten: van het landschap, van de inspanning, van het fietsen, van de geluiden en de geuren, van de prestatie; van mezelf!

25 juli 2011

Ik heb gekozen voor de route die de meesten waarschijnlijk zullen nemen: Bedoin, Malaucène, Sault. Eerst de zwaarste en als laatste de makkelijkste. Ik wilde zo vroeg mogelijk beginnen. Eén van de verzwarende omstandigheden is de warmte. Bij warm weer is mijn hartslag al snel 5-10 slagen per minuut hoger, alleen maar om lichaamswarmte af te voeren. Da’s verloren energie. Bij een gemiddelde klimtijd van 2 uur x 3 beklimmingen scheelt je dat zo’n 2700 hartslagen. En het kan daar snoeiheet zijn (maar ook heel koud …).
Om half 7 heb ik mijn eerste stempeltje gescoord. Ik zal het eerlijk zeggen: ik had wat buikpijn. Normaliter ben ik niet zo’n stressgevoelig ding. Maar het was voor mij het verkennen van mijn grenzen. En ligt deze inspanning nou binnen mijn mogelijkheden of niet? Het antwoord zou die dag gegeven worden…

Bedoin – top – Malaucène

In Bedoin ben ik naar de startstreep gereden. De lijn in het wegdek die markeert waar de klim officieel begint. Kilometerteller op 0, de Garmincomputer op 0 en nog 1x een zucht: beginnen maar!
Ik heb wat gemengde gevoelens bij deze beklimming. Wat ik bijzonder vind is dat je op een of andere manier deelt in de wielerhistorie van deze berg. Alle grote namen zijn je op dit stuk asfalt voor gegaan: Anquetil, Coppi, Mayo (in 54 minuten!!), Indurain, Fignon, Pantani, Hinault, Merckx, Lemond, Armstrong, Contador, Simpson (…), Jansen, Kuiper, Zoetemelk, Den Hertog; noem ze maar op. Maar het 11 km lange stuk door het dichte bos vind ik ronduit saai. Je ziet alleen maar bomen (uiteraard) en een smalle kronkelweg naar boven. Heel langzaam tikken de kilometers onder je wielen door en ben ik op zoek naar de bevrijdende ruimte die je kan zien bij Chalet Reynard. Langzaam aan kreeg de zon grip op de dag. Het zal ongeveer 15 graden zijn geweest. Ik voelde dat de benen goed waren. Het fietsen ging me goed af, de banden maakten het vertrouwde zoemend geluid in een duet met de weg. Met een hartslag die amper boven de 140 kwam zat ik onderin de aërobe zone. Prima dus, alles goed voor elkaar. Ik was even alleen op de wereld. In een bijna devote stilte.

Na het nog gesloten Chalet Reynard begint het stuk dat ik het allermooiste stuk van de dag vind: deze 6 kilometer naar de top. De Ventoux zoals we die uit de boekjes kennen: kaal. Vooral de laatste bocht naar links voor het monument van Simpson, op kilometerpunt 19,7. In een eerdere beklimming, op een hele zonnige dag, zag ik toen voor me een indrukwekkend grote kom aan gele steenmassa zonder een sprietje vegetatie, een strakblauwe lucht, zwart asfalt met witte strepen en verder helemaal niets. Mondriaan had het zo in deze 4 kleuren kunnen schilderen. En koud dat het nu was!! Ik schat ongeveer 5 graden en een loeiharde mistral tegen. Regelmatig werd ik naar links geduwd en kon ik niet veel harder dan 8-9 km/u. Rustig blijven, niet gaan forceren; de top komt vanzelf wel. Die bereikte ik redelijk eenvoudig. Mijn verkleumde en blauwgekleurde vingers hadden moeite om de rits van het rugzakje te openen om een banaantje te pakken. Behalve de restauranteigenaar, die net de deuren opendeed en mij de tweede stempel gaf, was er niemand. Een verademing. De vorige 7 keren dat ik daar was, was het een grote kermis. Mijn bedoeling was om rond de 2 uur boven te zijn maar ik heb het wel heel rustig aangedaan met 2.15 uur. Mayo zou dan al hoog en breed met zijn bosje bloemen weer in zijn hotel zitten naast de rondemiss, gedoucht en wel.

In afdalen ben ik niet zo’n held. Ik heb het idee dat ik boven de 80 de controle over mijn fiets verlies én omdat ik de rijstijl van de Fransen niet vertrouw. In een afdaling naar Bedoin ben ik ooit bijna tot moes gereden omdat een tegemoet komende automobilist zo nodig nog even een voorligger wilde inhalen… Alleen als de weg heel overzichtelijk is dan wil ik wel. Maar boven de 75 kom ik zelden. Toch is dit een heerlijke afdaling: brede weg, heel overzichtelijk, prima wegdek en een schitterende natuur. Voor ik het wist was ik al in Maulaucène. "Café au lait, s’il vous plait"; later gevolgd door een bidon sportdrank en tweemaal een bezoek aan het toilet. Klaar voor de tweede klim. Oh ja, niet vergeten; stempeltje gehaald bij de fietsenmaker.

Malaucène – top – Sault

Kleine anekdote. Voordat ik wilde beginnen stond er op een parkeerterrein een groepje Nederlandse tieners: jongens en meisjes. Op gympen en in "sportkleding", in een verscheidenheid zoals je dat normaliter alleen tegenkomt op een campingvolleybaltoernooi dat door het animatieteam is georganiseerd. Ze wilden fietsen huren en de Ventoux ook wel eens oprijden. We kwamen wat aan de praat en een paar meisjes vroegen wat nerveusjes aan mij of je deze klim goed te doen was. Dat hangt natuurlijk van je getraindheid af. "Niet", was het korte, krachtige en wat lacherige antwoord… Suc-6 jongelui!

Dit is mijn favoriete beklimming, deze ligt me erg goed. Het wegdek is van een prima kwaliteit, de beklimming kent wel steile stukken maar er zitten ook delen tussen waar de spieren wat minder zwaar belast worden en daarmee wat relatieve rust hebben. En, de uitzichten zijn adembenemend mooi. Wat een vergezichten, wat een verschillen in het landschap: de Gard, de Drôme, de Vaucluse en in de verte de Alpen. Een schitterende diversiteit.
Vanwege de stralende zon zat mijn windjack weer in het rugzakje. Ineens was het een stuk drukker geworden. Ik had me voorgenomen dat ik niet voor de bolletjestrui zou gaan maar ik kan het toch niet laten om op mijn voorgangers te letten. Hoe ze rijden, in welk verzet. En om ze in te halen. Omdat de zwaarste rit al goed was gegaan en de benen prima aanvoelden reed ik de een na de ander voorbij. Het was volop genieten. De benen bleven goed, de ademhaling rustig, ik voelde me sterk, krachtig. 50 jaar en al die jongere kerels voorbij gaan. Een rudimentair stukje "willen-winnen" stak toch stiekem even de kop op. Totdat ik werd voorbij gestoven door een "echte" wielrenner. Dat relativeerde alles en ik kende mijn plaats in de rangorde weer.

Ondertussen genoot ik enorm van het landschap en de uitzichten. Ook voelde ik een andere blijdschap in. Ik wist toen al dat ik het allemaal zou gaan halen en dat ik toegevoegd zou gaan worden tot de groep der Cinglés. Ik wist dat als ik de tweede klim goed door zou komen, de derde geen probleem zou gaan worden. Ruim binnen de 2 uur was ik weer boven. Kermistijd!

De afdaling tot Chalet Reynard is heel goed te doen. Het mooie van dit stuk vind ik om te zien wie er allemaal naar boven gaan. Diep respect voor iedereen, in het bijzonder alle oudere mensen en jonge kinderen. Ik zag een meisje van ongeveer 11 jaar die met een heel trots gezicht bezig was aan haar laatste kilometers. "Everyone's a Winner" zong Hot Chocolate in de jaren '70. Zij ook. Het stuk na Reynard tot aan Sault vind ik lastig. Bochtig, onoverzichtelijk en hele stukken met bijzonder slecht wegdek. Het materiaal heeft het zwaar te verduren. Wetende dat daar duizenden fietsers per jaar overheen gaan, dan mogen daar zo langzamerhand wel eens wat aan gaan doen. Maar goed, Sault ook in goede orde bereikt. De Provence op zijn best. De lavendelgeuren komen je van alle kanten tegemoet. In Sault was het heet. Goed drinken, eten en rusten. Mijn stempeltje gehaald in een van de vele café’s. Ik zocht over de lavendelvelden heen naar de Mt. Ventoux maar kon deze niet vinden. Deze was ingepakt door donkere wolken, die langzaam aan dreigend richting Sault kropen. Ik wist dat iedere kilometer die ik nu nog droog kon rijden mooi meegenomen was.

Sault – top – Bedoin

Ter zijde. Ik vind het jammer dat deze route de bijnaam mietjeskant heeft gekregen. Natuurlijk is deze beklimming voor de getrainde renner verreweg de makkelijkste en kan je die tot aan Chalet Reynard bijna op de 53-voor rijden maar daarmee doe je geen recht aan al die mensen die minder capabel zijn, ouder zijn en toch op zoek zijn naar een voor hen passende uitdaging. En die ook nog de 6 km vanaf Chalet Reynard moeten verstouwen. Wat mij betreft mag die term vanaf nu in de ban. Respect voor iedere klimmer graag! De twee mensen die de Ventoux 11x vanaf Bedoin in 24 uur gedaan hebben schelden mij toch ook niet uit voor mietje, omdat ik het maar 3x heb gedaan op één dag?
Al vlak na Sault was het gedaan met de zon. De bewolking werd dikker en licht gespetter ging snel over in complete regen. Berg op vind ik dat overigens geen probleem. Ik vrees dan veel meer voor de afdaling: de gladheid van het wegdek en de grip van de remmen op de wielen. Maar zover was het nog niet. Ergens zat ik met mijn gedachten al bij het gegeven dat de laatste kilometers klimmen waren aangebroken. Het einde van een “projectje” van ongeveer een half jaar. Nog even genieten en dan is het feest voorbij. En ook blijven opletten. Een kilometertje onder Chalet Reynard stond er ineens een schaap op de weg. Die solliciteerde blijkbaar naar een enkele reis richting de shoarmatent want een dalende automobilist had het beest zo overhoop kunnen rijden. Vlak daarna kwam er iemand aan en ontfermde zich over het verloren schaap. Terug naar de kudde.

Bij Chalet Reynard aangekomen ging het ene natuurverschijnsel heel soepeltjes over in het andere: mist. Dat werd dichte mist bij 4 km onder de top en potdichte mist bij 2 km onder de top. Het monument van Simpson was nagenoeg niet te zien. Omdat ik dit gedeelte van de route nu inmiddels aardig ken weet ik waar de bochten zijn en hoe ver het nog is. Dat was wel zo prettig. Nog 1x die laatste bocht naar rechts, vervolgens het laatste rechte stukje van 50 meter van 12% om dan voor de laatste keer over de witte streep te gaan. Net een beetje als Pantani, net een beetje als Mayo, en alle andere echte winnaars. Dit was gewoon mijn overwinning!

Door de weersomslag was de kermis vroegtijdig afgelopen. Er was werkelijk waar niets te zien. De afdaling naar Bedoin ben ik dan ook heel rustig begonnen. De remmen deden het nog prima. Om na een paar kilometer dalen getuige te mogen zijn van een volgend knipoogje van de natuur. Uit het wolkendek gekomen lag de Provence weer te baden in de zon en was de regen verdwenen. Je kijkt van onderaf zo tegen de wolken aan en beneden zie je het landschap schitteren. Afscheid van de top, afscheid van het vertrouwde mentale punt Reynard, door het bos (nog even terugdenkend aan mijn bijna-ongeluk) om bij St. Estève de ruimte te krijgen en nog even flink te rossen. De startstreep in Bedoin werd daarmee na 136 kilometer ook mijn finishlijn. Weer 1x een korte zucht; van opluchting. Missie volbracht!

Korte terugblik

Ik heb erg genoten van deze dag. Uiteraard ben ik erg tevreden over mijn prestatie. Een drievoudige beklimming ligt dus royaal binnen mijn mogelijkheden. Al rijdende wist ik dat ook 4x binnen mijn kunnen ligt en misschien zelfs 5x, mits voldoende rust tussendoor. Zes keer is naar mijn inschatting teveel voor me. Weet ik dat ook tenminste weer.

Het weer

De lokale weersverwachting voor deze dag in juli was licht tot matig bewolkt, windkracht 2-3, neerslagkans van 20% en een temperatuur van ongeveer 23 graden. Maar de Ventoux heeft zo zijn eigen wetten. Op sneeuwval na heb ik deze “zomerdag” alle weertypen gehad: lekker ochtendzonnetje, snoeiharde tegenwind, windstilte, potdichte mist, een ijzige kou, regen, brandende zon. En dat allemaal binnen 10 uur. Wees op alles voorbereid.

Nog wat vrijblijvende tips

Hoewel ik geen geweldige fietser ben, heb ik toch in alle bescheidenheid wat vrijblijvende tips. Voor wie er zijn voordeel mee wil doen.

  • Het spreekt voor zich dat je op een goed geprepareerde fiets rijdt. Dat is vooral belangrijk voor de afdalingen. Het materiaal heeft daar veel te verduren. Franse wegen zijn nou eenmaal geen Nederlandse wegen. Men kijkt daar niet zo op kuiltjes en scheuren in het wegdek.
  • De helm. Tja, ze rijden nog steeds rond. Van die jojo’s die fietsen zonder helm. Niet te geloven!
  • Fiets niet op kracht maar op souplesse. Schakel bijtijds terug. Leer om goed naar je lijf te luisteren en train jezelf om ook op hartslag te rijden. Dat voorkomt een hoop ellende.
  • Probeer bij haarspeldbochten de buitenbocht te nemen. Deze is minder stijl. Je rijdt dan wel iets meer meters maar je behoudt je cadans en je tempo. Het kost ook veel minder piekkracht. Denk bij een haarspeldbocht naar rechts wel aan je veiligheid!
  • Ik heb de banden op 8 bar. Dan heeft de fiets in de afdaling bij de bochten een goede stabiliteit / grip op de weg.
  • Deze inspanning (en dan heb ik het nog maar over de Cinglés) kost enorm veel energie. Ik heb me in de dagen voor de tocht voorbereid zoals ik me ook op de halve en hele marathon heb voorbereid. Daar is op internet heel veel info over te vinden.
  • Drink veel onderweg. Je verliest heel veel vocht en zouten, zeker als de temperatuur stijgt. Soms pak ik het goedkoop aan: roosvice met daaraan toegevoegd wat keukenzout. Soms pak ik het luxer aan en koop ik sportdranken en laat de discussie over de waarde van deze dranken in relatie tot de kosten voor wat het is.
  • Om in je pauzes snel aan veel suikers te komen kan je lekkere koude cola o.i.d. drinken.
  • Sinds kort draag ik een opgevouwen grote boerenzakdoek als zweetband onder mijn helm. Dat heeft twee voordelen. Het zweet van mijn hoofd loopt dan niet over mijn bril heen (strepen, verminderd zicht) en het komt zo niet in mijn ogen (nog lastiger). Eveneens kan ik het opgevangen zweet in tijden van nood weer tot me nemen door de doek uit te knijpen en het vocht op te drinken. Zo leer je nog eens wat van Bear Grills.
  • Duurlopers gebruiken vaak preventief paracetamol voor een wedstrijd. Daarmee verlichten ze de onvermijdelijke pijn en het vermoeidheidsgevoel. Zelf heb ik daar alleen tijdens een marathon gebruik van gemaakt. Waarbij overigens gezegd moet worden dat hardlopen fysiek een heel andere belasting is dan wielrennen. Fysiek gezien vond ik de marathon veel zwaarder. Dat komt omdat je tijdens een marathon niet kan rusten, de (schok-)belastingen op het lijf veel groter zijn, tempovariaties tijdens het hardlopen “dodelijk” zijn en omdat je tijdens het fietsen veel eenvoudiger eten en drinken tot je kan nemen.
  • Het voorbereiden op de volgende klim begint al bij de afdaling van de vorige klim. Op de top neem ik sportdrank en een banaan. Tijdens de afdaling hebben de benen amper wat te doen. In die tijd kan het lichaam weer voedingsstoffen stapelen. 
  • Zoals je hebt kunnen lezen ben ik op deze zomerse dag op en rond de berg van alle weertypen tegengekomen. Wees op alles voorbereid.
  • Ik heb een klein rugzakje met een borstband en een buikband. Deze ligt lekker strak tegen het lijf aan. Het gaat wel ten koste van wat huidoppervlak om te kunnen zweten maar dat vind ik niet zo erg. Zorg dat het rugzakje zo laag mogelijk zit, op lendehoogte. Dat belast de onderrug veel minder dan wanneer het zakje op borstkashoogte zit. 
  • Wat er in het rugzakje zit: paar flesjes drinken, bananen, shirt, windjack, stempelkaart, mobieltje, geld, identiteitskaartje en een briefje met een telefoonnummer, te bellen in geval van nood. In de beide dorpjes koop ik extra eten / drinken bij.
  • Vergeet vooral niet om te genieten!

Mocht je vragen hebben dan kan je me mailen:
ivo.lindner-at-solcon.nl (vervang -at- door apenstaartje)
Cinglé 3883

e-max.it: your social media marketing partner